De Straatnamen in de Blauwezoom

DE STRAATNAMEN IN DE BLAUWE ZOOM

Toen jaren terug de eerste plannen voor de bouw van woningen in Giessendam-West werden gemaakt, stelde de toenmalige gemeenteraad voor om in dit gebied de straatnamen te laten aansluiten bij de boerderijcultuur. Omdat hier vanaf de ontginning van de streek in de 11e eeuw tot dan toe veel boerderijen stonden, waar de laatste eeuwen voornamelijk veeteelt werd beoefend. 

NAMEN IN EERDERE DELEN

Per uitvoeringsfase werd telkens een groep namen vastgesteld. Dat gebeurde toen nog door de gemeenteraad.

In het eerste gedeelte is een aantal algemene namen gekozen, die verband houden met het boerenwerk van eertijds. Toen is er even van de afspraak afgeweken en kwamen de heren en vrouwen van Giessendam aan de beurt. Vervolgens kwam er een groep namen uit de hoepelmakerij. Met ingang van Giessendam-West II werd weer geheel teruggekomen op de afspraak en werd er een aantal namen van weidevogels vastgesteld.

DE BLAUWE ZOOM

Station Hardinxveld Blauwe ZoomBoeren zijn tot ver na de Tweede Wereldoorlog zelfvoorzienend geweest. Dat wil zeggen dat ze hun voedsel zelf verzorgden. Elke boer slachtte in november een koe en een varken. Voor tussendoor waren er kippen op het erf, die ook zorgden voor een eitje. Groenten en fruit teelden ze zelf. Bij elke boerderij was een moestuin. In tegenstelling tot het meeste andere werk op de boerderij, was de moestuin een zorg voor de boer en de boerin samen. De boer deed het zware werk en de boerin wiedde en plukte. Voor appels en peren had de boer wat fruitbomen aangeplant. Dat waren vaak hoogstambomen, want dan kon daaronder het vee nog grazen. Meestal liet men in  de boomgaard een koe lopen, die in de buurt gehouden moest worden, omdat deze moest kalven of ziek was en in de gaten moest worden gehouden. Het aardige hiervan was dat de boer zelf kon bepalen welke fruitsoorten hij het lekkerst vond en van die soorten plantte hij een of meer bomen.